Boekgegevens
Titel: Natuurlijk lezen
Deel: II Oefeningen voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Sandwijk, Gijsbertus van
Uitgave: Purmerende: J. Schuitemaker, 1872
5e, verb. en naar de nieuwe spelling veranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202941
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurlijk lezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
Juist een zwijn in H middaguur:
*t Moest gedacht op heeter sttnd.
Baar stond Jan met andre knapen
Voor de slachterij te gaaien;
7 Was of hij H vermaaklijk vond.
Foei! het dooden van een zicijn
Kan dat nog vermaaklijk zijn ?
Mndüjk toch denkt Jan aan huis.
En verdubbelt nu zijn schreden;
Boch, de kamer ingetreden.,
Hoort hij reeds de dankgebeden.
En hij merkt, het is niet pluis :
Want de hond likt reeds den pot.
O, wat keek de jongen zot!
Allen hadden reeds gegeten,
Filaks at het overschot, —
,fJan! gij hebt u goed gekweten;
Komt gij eindelijk nog aan?^^
Zei zijn vader, — „H kon niet schadn,
't Heeft mij niemendal gespeten.
Want het in juist opgegaan.
Neen! wij waren niet verlegen;
H Hondje heeft wat meer gekregen.
En zich eens te goed gedaan.
Ja, men kan geen zoeter peren.
Ban wij aten, ooit begeeren;
Ook de taart, die tante ons zond.
Was zoo goed, als ze ooit behoefde,
(7 Wa$ of Jan de taart ook proefde ;