Boekgegevens
Titel: Natuurlijk lezen
Deel: II Oefeningen voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Sandwijk, Gijsbertus van
Uitgave: Purmerende: J. Schuitemaker, 1872
5e, verb. en naar de nieuwe spelling veranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202941
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurlijk lezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
VII. DE VERZOEKENDE EN SMEEKENDE
TOON.
20.
EDELMOEDIGHEID.
Op zekeren morgen kwamen Dorus en Hendrik,
twee zonen van den heer Blikman, uit de school.
Dorus had onderweg zijne lei laten vallen, door
dat Hendrik, terwijl hij gekheid maakte, hem aan
den arm had gestooten. De lei was gescheurd. Toen
zij te huis kwamen, ontving Dorus van zijn vader
eene berisping over zijne gebroken lei, zonder dat
Dorus zijn broeder beschuldigde. Juist zou men
des namiddags uit rijden gaan. Voor een der twee
knapen was er een plaatsje over in het rijtuig. „Een
„van u beiden moet te huis blijven," zeide de vader,
„en dat zult gij zijn, Dorus! omdat gij uwe lei
„gebroken hebt." — „Och, vader! lieve vader!*'
riep Hendrik uit, „laat mij dan te huis blijven;
„ik bid er u om; het is mijne schuld, dat zijne
„lei gebroken is; mag Dorus dan mede?" — „Och,
„lieve vader! laat Hendrik mede gaan," riep nu
weder Dorus; „het was mijne eigen schuld, ik liet
„de lei door onbedachtzaamheid uit mijne hand
„vallen. Zeg, lieve vader! zult gij dan Hendrik