Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
2.
3.
4.
5.
6.
7.
\
Bereken:
a. 10 X 0,8;
h. 20 X 0,7;
10 X 1.3;
20 X 2,4;
10 X 3,6;
30 X 5,8;
10 X 6,7.
50 X ^,3.
9.
10.
Eene vrouw gebruikt wekelijks in hare huishouding 0,7
HL aardapelen. Voor hoeveel is dat in 10 weken, als
de HL 3,6 gulden kost?
Iemand koopt 100 sigaren voor 2,2 gulden. Hoeveel had '
hij naar dien prijs voor 3000 sigaren moeten betalen?
Voor 0,1 liter wijn betaalde iemand 0,1 gulden. Hoe ^
dum' is naar dien prijs 40 HL?
Van 72 gulden gaf een heer het tiende deel uit. Hoeveel
gulden hield hij over?
Bereken het tiende deel van 34; van 78; van 224.
h. Hoeveel is het tiende deel van 124 en 76 samen?
Van eene hoop koren, groot 225 HL, verkocht een
koopman 0,8 deel tegen 7,5 gld den HL. Hoe groot
was zijne ontvangst?
Van 223 gulden ontving A het tiende deel en B de rest.
Hoeveel gulden ontving ieder?
Een leerling moest door 15 deelen. Hij deelde eerst door
3. Waardoor moest hij toen de verkregen uitkomst nog
deelen?

b. 96:30 = 32:... = ...
128:40 = ...: 10 = ...
225:40 = 45:... = ...
625 - 50 = ...: 2 = ...
c. Bereken het 20° deel van 46;
het 30» deel van 78; het 60' deel van 96;
het 90' deel van 144.