Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
6
§ 2.
1. Als de meter katoen 60 cent kost; wat moet men dan
voor 3,2 M betalen?
2. Van 7,8 gulden gaf iemand 5,4 gulden uit. Hoeveel liter
) {Ps^ petroleum kon hij voor het overblijvende koopen, als de
liter 16 cent kostte?
3. Een koopman verkoopt 2,5 HL olie. Als hij voor 0,X
KL 45 gulden ontvangt; hoe groot is dan zijne ont-
vangst?
4. Hoeveel liter is 10,8 HL meer dan 0,1 ML?
Hoeveel meter is 8,7 HM meer dan 0,6 KM?
Hoeveel DG zijn gelijk aan 0,2 MG?
5. Van een stuk zijde, lang 18 meter, verkocht een koop-
^ ■ rj..^ man 6 M 7 dM. Hoeveel meter hield hij nog over?
O
I 6. Als de liter aardappelen 2 cent kost; hoeveel gulden
moet men dan voor 16,8 HL betalen?
7. Voor de KG boter betaalde Jansje 1,4 gulden. Hoeveel
gulden moet men naar dien prijs voor 40 KG geven?
8. Hoeveel is 13 gedeeld door 2,6 meer dan 2,6 gedeeld
door 13?
r; 9. Hoeveel is de som en 't verschil van 10 en 6,8 samen?
10. Als men voor 3,2 KG thee 9,6 gld moet betalen; hoe-
veel moet men dan voor 12,4 KG geven?
§ 3.
1. Wanneer 1 KG boter 1,6 gld kost; hoe duur is dan
10 KG?