Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
§ 4.
1. Een bak, lang 9 en breed 6 dM, kan 270 dM® olie be-
vatten. Hoe diep is die bak?
Geef het ontbrekende op:
Als de bak 1 dM diep was, kon hij ... dM' of liter
bevatten.
Zijn inhoud is 2,7 HL of ... X • • • liter, derhalve is
hy ... X 1 dM = ... dM diep.
2. Een kist, lang 1,2 M en breed 8 dM, heeft een' inhoud
van 576 dM®. Hoe diep is zij?
3. Een kelder, lang 5 en breed 4 meter, kan 600 Hli
aardappelen bevatten. Hoeveel meter bedraagt zijn diepte?
4. Een steen, lang 1,5 M en breed 4 dM, weegt 720 KG.
Als elke dM® 4 KG weegt; bereken dan de dikte van
den steen.
5. Een bak, gevuld met water is anderhalfmaal zoo breed
als diep en anderhalfmaal zoo lang als breed. Hoeveel
KG water bevat die bak, als hij 4 dM diep is?
6. Welk deel is één cM® van één M® ?
b. Hoeveel mM® zijn gelijk aan 2 cM'?
„ cM® „ ,; „ 0,3 M®?
„ mM® „ „ „ 1 dM®?
7. Hoeveel KL zou men in een kubieken dekameter kunnen
bergen ?
8. Geef het ontbrekende op:
0,9 M® = . .. DL. 4,5 M® = ... KL.
0,03 dM® = ... dL. 0,7 dS = ... HL.
4