Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
5. Iemand legt 10 kuben — cM^ — op ééne rij in de
lengte in 10 zulke rijen naast elkaar.
a. Uit hoeveel cM' bestaat de laag?
h. Hoe lang is de laag? Hoe breed? Hoe hoog?
6. Hij legt in 't geheel 10 zulke lagen op elkander.
a. Hoeveel cM' gebruikte hij in 't geheel?
b. Hoe lang — hoe breed — hoe hoog is de stapel?
c. Is de geheele stapel ook een kubus?
d. Hoe zoudt ge dien kubus dan noemen?
e. Vul in: 1 dM' = .. . cM'.
7. Een rechthoekig bakje is van binnen 8 cM lang, 7 cM
breed en 5 cM diep.
a. Hoeveel cM' kunnen langs één lengtekant van het
bakje gelegd worden?
b. Hoeveel zulke rijen kunnen er in de breedte gelegd
worden ?
c. Met hoeveel cM' kan men dus den bodem bedekken?
d. Hoe hoog is de laag overal?
e. Met hoeveel zulke lagen kan men juist dat bakje vullen ?
f. De inhoud van dat bakje bedraagt dus ... cM^
8. Een rechthoekig stukje hout is 12 cM lang, 8 cM breed
en 1 cM dik.
o. Uit hoeveel rijen van 12 X 1 cM^ bestaat bet?
b. Hoeveel cM® bevat dat stukje hout?
9. Een ander stukje is 16 cM lang, 9 cM breed en -5 cM
. dik.
a. Hoeveel lagen van 9 X 16 X 1 cM' bevat dat stukje
hout?
b. Hoeveel cM' is de inhoud er van?