Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
DERDE AFDEELING.
§ 1.
1. Een knaap legt 10 kuben van 1 cM lengte, breedte en
dikte op ééne rij.
a. Hoe lang is de rij? h. Hoe breed?
c. Hoe hoog?
2. Een ander legt 15 zulke kuben in 3 gelijke rijen?
a. Hoe lang is de laag? b. Hoe breed?
e. Hoe hoog?
3. Op de laag uit no. 2 legt hij nog 3 zulke lagen.
a. Hoeveel kuben heeft hij in 't geheel gebruikt?
h. Hoeveel kuben heeft hij in de lengte — in de breedte —
in de hoogte?
c. Hoe lang is de stapel? Hoe breed? Hoe hoog?
4. Een leerling legt 6 kuben — cM' — op ééne rij in de
lengte en 5 zulke rijen naast elkaar. Hij legt er nog
4 zulke lagen op.
a. Uit hoeveel kuben bestaat de eerste laag?
b. Uit hoeveel kuben de stapel?
c. Hoe lang is de stapel? Hoe breed? Hoe hoog?