Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
20. Van eene partij sigaren werd eerst het ^ deel verkocht
en later van de rest het ^ deel. Als er toen nog 450
sigaren over waren:
a. Uit hoeveel sigaren bestond het ^ van de rest?
b. „ „ stuks de rest?
c. „ „ sigaren van de partij?
d. „ „ stuks de geheele partij?
§ 10.
1. Om een' tuin, lang 42 en breed 37 meter, is een pad
ter breedte van 1 meter. Hoeveel are is de tuin groot
zonder het pad?
2. A, B en C moeten 34 gld zóó verdeelen, dat A gld
meer bekomt dan B en deze gld meer dan C.
a. Hoeveel gld bekomt A meer dan C?
c. Hoeveel bedraagt 3 maal het geld van C?
b. Hoeveel bekomt A?
3. Een rechth. stukje papier is 3|- dM lang en 3^ dM breed.
Hoeveel 20®'® deelen van 1 dM» is de oppervlakte er van ?
Hoeveel dM» is dat?
4. Hoeveel is 1,8 gedeeld door 0,3 meer dan het 0,3
van 1,8?
5. Een handelaar verkocht van eene partij kaas het 0,35
en hield toen nog 750 KG meer over dan hij verkocht
had. Hoe zwaar woog die partij?
6. Vóór 8 jaar telde een vader met zijne beide zoons 50
jaar. Hoeveel jaar kunnen ze samen over 8 jaar tellen?