Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
13. Onze bleek is 16,25 M en onze tuin 9 maal zoo lang.
Hoeveel meter zijn ze samen lang?
14. Hoeveel gld is 80 X 3,625 gld?
h. Iemand koopt 24 meter laken tegen f 5,375 den
meter. Hoeveel moet hij betalen?
15. Van een aantal appelen verkoopt men het | voor f2,2b
tegen cent het stuk. Hoeveel had men voor al de
appelen ontvangen, indien men ze gemiddeld tegen If
cent per stuk had verkocht?
16. Geef het ontbrekende op:
69 gld : 30 = 6,9 gld :... = ... gld.
b. Een koopman kocht een stuk duffel, lang 40 meter,
voor 144 gld. Hoe hoog kwam hem de meter?
17. Joost plaatste achter zeker getal eene nul en bekwam
daardoor 333 meer. Welk was dat getal?
18. A kan zeker werk in 7| dag en B in 10 dagen verrichten.
a. Welk deel van het werk doen ze samen in een
hal ven dag?
b. In hoeveel dagen kunnen ze samen het werk afmaken?
c. Hoeveel maal kunnen ze met hun beiden het werk
in 30 dagen gereed maken?
d. In het ... deel van 30 dagen is in ... dag kunnen
ze met hun beiden het werk voltooien?
19. Als men van eene partij eieren het | deel en 32 eieren
verkoopt of het | deel op 16 eieren na, zoo is dit juist
hetzelfde. Uit hoeveel eieren bestaat de partij?
Raadersma, Uit 't Hoofd Rek. VI. 3e druk. g