Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
4. Een vierkant en een rechthoek hebben beide een omtrek
van 10 M. Als de rechthoek 3 M lang is; hoeveel dM»
is de rechthoek kleiner dan het vierkant?
5. 0,009 HM» = ... cA.
0,3 MM» = ... HA.
0,018 KM» = ... DA.
0,7 dA = .. . cM».
6. Hoeveel is:
I - 0,625;
0,875 - i;
0,9 - H?
7. Een handelaar verkocht van eene partij suiker het 0,37
en hield toen nog het 0,48 en 48 KG over. Hoe zwaar
woog de partij?
8. Nadat A aan zeker werk 12 dagen heeft gewerkt, doet
B de rest of het | deel in 27 dagen. In hoeveel dagen
hadden ze samen het werk kunnen afmaken?
9. Hoeveel M is de omtrek van een vierkanten kwart KM?
b. Hoeveel M» is de oppervlakte van een vierkanten
kwart KM?
c. Welk deel is een halve vierkante DM van een vier-
kanten hal ven HM?
10. Welk deel is een gulden van een' rijksdaalder?
„ „ „ een halve stuiver van 7 centen?
„ , „ 51 M van 7i M?
11. Iemand kocht 12 schapen en 25 lammeren samen voor
f AOO. Als een schaap f21 meer kost dan 1 lam; hoe
duur was dan een lam?
12. Hoeveel is 180 X H - 120 X H?