Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
10. Hoeveel is 0,8 : 0,01 meer dan het 0,01 van 0,8?
§ 8.
1. Onze tuin is 3 maal zoo lang en 3 maal zoo breed
als die van onzen buurman. Kunt ge door eene teekening
laten zien, hoeveel maal de eene zoo groot is als de
andere ?
2. Vul in:
Eene kamer is 5f M lang en 4|- M breed, dus is hare
oppervlakte het ... deel van 23 X 27 X 1 M» = het...
deel van ... M' is ... M».
3. Een, rechthoekige tuin is 12,5 M lang en 8,8 M breed,
derhalve is zijne oppervlakte het... deel van 88 X 1-5 X 1
M» is het ... deel van ... M» = ... M'.
4. Hoe kunt ge nu de oppervlakte berekenen van een
rechthoek, die 4| cM lang en 3| cM breed is?
5. Acht HL aardappelen en 5 HL boonen kosten samen
88 gld. Als één HL boonen 8,5 gld duurder is dan één
HL aardappelen; hoe duur is dan één HL boonen?
6. Hoeveel is 0,23 X minder dan één geheel?
7. Eene kamer is 5 M lang 4 M. breed en 4 M hoog.
a. Hoe lang zijn de vlakken der wanden samen?
b. Hoe breed zijn de vlakken der wanden?
c. Hoeveel M' is de oppervlakte der wanden?
d. Hoeveel M' behangselpapier heeft men noodig tot het
behangen dier kamer, als er voor deuren en ramen
7,75 M» afgaat?