Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
6. Een rechthoekig stuk papier is 5| dM lang en 1 dM
breed. Hoeveel dM» is de oppervlakte er van?
b. Hoeveel dM» bedroeg de oppervlakte, indien de breedte
8 dM was geweest?
Geef het ontbre-
kende op:
Een rechthoek is 2^
cM lang en 2 cM
breed, dus is zijne
oppervlakte ... van
2X5X1 cM», is van ... cM» = ... cM».
8. Ook:
Een rechthoek is 8?- dM lang en 8 dM breed, dus is
zijne oppervlakte . .. van 8 X 17 X 1 ^M», is van...
dk» == . .. dM».
9. Een rechthoek is 5 dM lang en 8| dM breed. Op welke
wijzen kunt ge er de oppervlakte van berekenen?
10. Van een rechthoek is de omtrek il^ dM en de breedte
8 dM. Bereken zijne oppervlakte.
§ 7.

Een vierkant is | cM lang en dus ook breed.
Welk deel is het van 1 cM»?
2. Een rechthoek is cM lang en 2| cM breed.
Hoeveel vierkantjes van ^ cM lengte en breedte bevat
één strook in de lengte van f cM breedte?
b. Hoeveel zulke strooken bevat de rechthoek?