Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
10. Van eene som gelds werd eerst het 0,7 en later het
0,7 van de rest uitgegeven.
a. Welk deel van de som is de rest?
„ „ rest hield men over?
„ „ som gaf men tweeden keer uit?
som hield men over?
b. Welk
c. Welk
d. Welk „ „ „
e. Welk „ „ „ som gaf men den eersten keer meer
uit dan den tweeden keer?
f. Als men 36 gld overhield; hoe groot was dan de
som gelds?
g. Als men den eersten keer f 98 meer uitgaf dan den
tweeden keer; hoe groot was dan de som?
§ 6.

1. I I Nevenstaande rechthoek is 1 cM lang en cM
f"........"i breed. Welk deel is hy van 1 cM^?
2. Een rechthoek is 1 dM lang en | dM breed. Welk deel
is hij van 1 dM»?
Laat dit door eene teekening op 't bord zien.
3. Een rechthoekig bord is 1 M lang en 0,9 breed. Welk
deel is de oppervlakte van 1 M^?
4. Een rechthoekig pad is 20 M lang en 0,8 M breed. Hoe-
veel is zijne oppervlakte?
5. Een rechthoek is f dM lang en 1 dM breed. Laat door
eene teekening op 't bord zien, welk deel hij van 1
1 dM» is.