Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
10000 X 3,ö"
40000 X 3,75
1000000 X 0,0275
X 36 =
X 375
X 275 -
= 100X--- =
8. Hoeveel is het 1000®'® deel van 0,1; van 0,001; van 0,07?
Hoeveel het 100®^ deel van 0,0001; van 0,234?
9. Als men voor 500000 eieren 17500 gld betaalt; hoeveel
kosten dan naar dien prijs 5000 eieren? Hoeveel 1000
eieren? Hoeveel is dat per stuk?
b. Geef het ontbrekende op:
144000 : 40000 = 144 : 40 = ... : 10 = . ..
112000 : 70000 = 16000 :... = 16 :... = .. .
10. Van eene som gelds ontvangt A het 0,3 en 5 .gouden
tientjes en B de rest of 120 rijksdaalders. Welk deel
ontvangt A van de som?
§ 5.
Geef het ontbrekende op:
1 DM^ = .. . dM2. 8 M^ = . . cM».
1 MM^ = .. . DU\ 8 HM^ = . . cA.
7 KM^ = . . . HM\ 73 DMï = . . Mï.
1 KM^ = . . . DM^ 19 KM^ = . . HA.
1 KM2 = .. . are. 5 M» = . . mM^
9 HM^ = . . . A. 6 KM2 = • . cA.
Welk deel is 1 mM^ van 1 cM»?
„ n n 1 mM» „ 1 M^?
» H 1 dM^ van / 1 DM'?