Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
7. Het bovenvlak van eene rechthoekige tafel is 13 dM
lang en 11 dM breed.
Hoeveel dM» bevat één strook in de lengte van 1 dM
breedte ?
Hoeveel dM» één strook in de breedte van IdM lengte?
Hoeveel dM» is dat vlak groot?
8. Een schoolbord is juist 1 M lang en breed, dus 1 M»
groot.
Hoeveel dM is de omtrek er van?
Hoeveel dM» bedraagt de oppervlakte?
9. Eene rechthoekige bleek is 15 M lang en 12 M breed. Hoe-
veel M» bevat één strook in de lengte van 1 M breedte?
Hoeveel M» bevat één strook in de breedte van 1 M
lengte?
Hoeveel M» bedraagt de oppervlakte van die bleek?
10. De vloer eener kamer is 5 M lang en 3 M breed. Hoe-
veel M» is die vloer groot?
Hoeveel dM» is dat?
11. Een heer kocht een tuin, lang 12 en breed 11 meter,
tegen 0,4 gld den M». Hoe hoog kwam hem die tuin?
12. Een vierkant tuintje is 1 DM breed. Hoeveel M» bevat
één strook in de lengte van 1 M breedte?
Hoeveel M» bevat één strook in de breedte van 1 M
lengte ?
Hoeveel M» bedraagt zijne oppervlakte?
13. Geeft het ontbrekende op:
1 DM» = ... M» == 1 are.
14. Hoeveel meter kan eene rechthoekige bleek wel lang en
breed zijn om eene are groot te wezen?