Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
TWEEDE AFDEELING.
§ 1.
1. Wie kan mij eens 2 lichamen noemen, waaraan zich
vlakken bevinden, die rechthoeken zijn?
2. Wanneer draagt een rechthoek den naam van vierkant?
3. Een rechthoek is 4 cM lang en 3 cM breed. Hoeveel
keer 1 cM» is één strook in de lengte van 1 cM breedte?
Hoeveel zulke strooken bevat de geheele rechthoek?
Hoeveel cM^ bedraagt de oppervlakte van den rechthoek?
4. Een andere rechthoek is 6 cM lang en 5 cM breed.
Hoeveel keer 1 cM bevat één strook in de lengte van
1 cM breedte?
Hoeveel keer 1 cM^ is één strook in de breedte van 1
cM lengte?
Hoeveel cM» bedraagt de oppervlakte van den recht-
hoek?
5. Een rechthoek is 13 cM lang en 8 cM breed. Hoeveel
cM bedraagt zijn omtrek?
Hoeveel cM^ zijne oppervlakte?
6. Een vierkant is 1 dM lang. In hoeveel strooken van
10 X 1 cM^' kan het worden verdeeld?