Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
4. Iemand bespaart elke week f 2,375. In hoeveel weken
zal hij 38 gulden bespaard hebben ?
5. Van zeker getal is het 0,75 deel evenveel, als het 0,3
deel van 10. Van welk getal?
6. Hoe menigmaal is 0,25 in 79 begrepen?
„ 0,025 „ 23
7. Iemand heeft f 12,50. Hij geeft er 8,75 gld van uit.
Hoeveel stuiver houdt hij nog over?
t
-^8. Karei heeft f 1,125 meer in den spaarpot dan zijn zusje
of 6maal zooveel. Hoeveel geld bezit ieder?
s
9. Eene juffrouw had f 15,375. Zij kocht voor f 10,625
linnen. Hoeveel meter katoen van 0,375 gld den meter
kon zij voor het overblijvende koopen?
10. Hoeveel is het 6' deel van 72,3 — het 12' deel van
96,6?
b. Iemand moet 1,5 met 1,7 vermenigvuldigen. Hii
neemt 17 X 15. Hoeveelmaal wordt zijn produkt te
groot?
c. Hoeveel is 2,4 X 2,3; 1,8 X'S,6?
§ 10.
^ 1. Als f KG thee 2,4 gld kost; hoe duur is dan 4,75 KG?
r,2o
2. Het I deel van een stuk laken kost / 210. Hoe lang
is dat stuk, als de meter met f 5,25 betaald wordt?
■ — 3. Een vader verdient wekelijks 7,875 gld en zijn zoon
5,635 gld. Hoeveel verdienen ze samen in 0,75 jaar?