Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
7. Een boer koopt 8 meter duffel tegen 3,865 gulden den
meter. Hoeveel ontvangt hij dan van f 30 terug ? i'
8. Een zaadhandelaar koopt 47 HL rogge tegen f 6,875 en
verkoopt ze later a f 7,625. Hoe groot was zijne winst?^^/-^- r
9. 60 X 0,40 gld = 60 X 4 dubb = 6 X 4 gld = 24 gld of
60 X 0,40 gld = 60 X 40 cent = 6 X 4 gld = 24 gld.
b. Een winkelier koopt een stuk linnen, lang 40 meter,
tegen f 0,70 den meter. Hoeveel gulden moet hij er
voor betalen?
10. Hoeveel moet men voor 130 liter olie betalen, als de
liter op 0,30 gld komt?^ JsN
11. Bereken nu: "
24 X 0,375 gld; 52 X 1,885 gld; 64 X 1.075 gld;
80 X 0,80 gld; 90 X 0,60 gld; 104 X 1.30 gld.
^12. Hoeveel is:
^^^^ 0,125 + 1; 0,14-0,01 + 0,001; 0,625 + V«;
|'+ 0,375; 0,8/5-1?
§ 9.
1. Keetje betaalde voor 1 liter gort f 0,135. Wat is dan
•jl^S". de prijs van 10 HL?
2. Bereken:
1000 X 0,003; 1000 X 0,625; 1000 X 0,32;
10 X 1,4; 100 X 2,3; 1000 X 3,6; 1000 X 1,234.
3. Welk deel is 3 dM van 1 HM?
„ „ „ 9 cL „ 1 DL?
„ „ „ 37 dG „ 1 DG?
,) 1)
675 cM „ 1 DM?