Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
4. Vul het ontbrekende aan:
400 X 63 cent = 4 X gld ==
600 X 0,28 gld = 6 X gld =
800 X 0,69 M = 8 X =
700 X 2,25 HL = ... X 225 HL =
b. Hoeveel is:
200 X 0,07;
400 X 0,16;
gld.
gld.
M.
HL.
600 X 3,75.
., -^5. Een slager verkoopt 300 KG vleesch, door elkander
^ ; ' tegen 52,5 cent de KG. Hoeveel geld ontvangt hij er
voor? 1 -u
g, 6. Een winkelier koopt 40000 sigaren tegen f 17,25 de
^ duizend. Hoeveel moet hij betalen?
!j .
7. Als ge het honderdste deel van 287 gulden neemt, weet
ge, hoe rijk ik ben. Zeg het mij eens. , \
Cj/i^'/ 8. Iemand koopt boter van /" 1,15 de KG. Hoeveel KG
j!
1
AO
kan hij voor f 10,35 ontvangen? f
9. Wanneer de HL olie verkocht wordt voor 45 gulden;
hoeveel moet men dan voor 12,5 liter betalen?
10. Een grossier verkoopt 1 HL wijn voor 125 gulden.
Hoeveel moet men naar dien prijs voor 16 liter geven? Nl)
11. Onze knecht kocht gister 0,5 KG tabak en hield toen
10 cent over. Had hij 0,75 KG gekocht, dan was hij
10 cent te kort gekomen. Hoe duur was 1 KG van
die tabak?
12. Bereken zoo gemakkelijk mogelijk:
a. 48 X 6,25; 36 X 1,75; 30 X 2,8; 400 X 0,35.