Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
toen nog 340 gulden overbleef; hoe groot was dan die
som?
h. Hoeveel rijksdaalders hebben dezelfde waarde?
10. Van een stuk baai werd eerst verkocht 0,3 deel en
later nog 0,25 deel. Als er toen nog 22,5 meter over-
bleef; hoe lang was dan dat stuk?
a. 48 X 0,75 gld = 48 X 3 kwartjes = 12 X 3 gld = 36 gld.
48 X 0,77 gld = 48 X 3 kwartjes + 48 X 2 centen.
36 X 0,48 gld = 36 X i gulden — 36 X 2 centen.
23 X 4,75 gld = 23 X 4 gld + 24 X 3 kW of 6 X 3 gld
verminderd met 1X3 kwartjes of
L. 23 X 4,75 gld = 23 X 5 gld — 23 X 1 kw, enz.
f
1. Iemand verdient wekelijks f 7,25. Hoeveel beloopt dat
in een vierendeeljaars?
^ 2. Zeker vader verdient per week 5 rijksdaalders en zijn
zoon f 7,25. Hoeveel verdienen ze samen in een jaar?
3. Uit een' bak waarin 1,32 HL olie is, wordt 7 DL 8 L
verkocht. Hoeveel liter blijft er nog in?
4. Voor 3 broeden betaalde eene vrouw 1,08 gulden. Hoe-
veel moet men naar dien prijs voor 16 brooden betalen?
:; 5. Van 10 gulden ontving Jan 2,45 gld, Piet 3,65 gld en
Jaap de rest. Hoeveel ontving Jaap?
I ■
6. Als 1 KG spek 0,5^ gld kost en 1 KG vleesch 1 dub-
beltje meer; wat^men dan voor 24 KG spek en 12 KG
vleesch betalen? Zoo eenvoudig mogelijk.