Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
9
§ 5.
1. Hoeveel centen zijn 0,03 gulden; 0,65 gulden; 12,53
gulden ?
2. Hoeveel liter 0,08 HL; 0,07 ML; 0,25 KL?
3. Beproef het ontbrekende op te geven: ,
0,7 L = ... dL. 0,27 L = . .. cL.
0,03 L =">3. . cL. 2,45 L = . cL.
(
4. Hoeveel centimeters stelt in 0,45 M de 4 meer voor
dan de 5 ? ^
b. Hoeveelmaal is de 4 van het getal 2,14 in de 2 er
van begrepen?
5. 0,4 = I, niet waar?
Herleid de volgende tiendeelige breuken dan tot gewone :
0,04; 0,12; 0,25; 0,32; 0,75; 0,72.
6. Hoe menigmaal is de 5 van het getal 15 in de 1 er
van begrepen ?
Hoeveelmaal de 5 van 1,5 in de 1 er van?
„ „ 5 van 0,15 „ „ 1 „ „
V
7. Spreek op verschillende wijzen uit:
6,37 gulden; 7,75 KG; ^^25 M; 345,6 HL.
8. Hoeveel meter is 0,06 MM?
„ gram „ 0,38 KG?
„ liter „ 0,19 KL?
„ dM „ 0,43 HM?
dL „ 0,06 ML?
9. Van eene som geld werd 0,15 deel uitgegeven. Als er