Boekgegevens
Titel: Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Deel: VI Tiendeelige breuken
Auteur: Raadersma, H.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1888
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7497
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202926
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het rekenen uit het hoofd in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
§ 4.
1. Als een meter flanel 80 cent kost; hoe duur is dan
4,4 meter?
2. 2,4 X 60 = 24 X 6 = 144, niet waar?
Bereken nu:
< 1,8 X 20; 3,8 X 30; 7,6 X 40; 4,8 X 50;
9,9 X 90.
3. Indien de HL tarwe f 10 kost; hoeveel moet men dan
voor 8,8 HL betalen?
4. Iemand koopt het 10' deel van 147 HL rogge tegen 9
gulden den HL. Met hoeveel gulden kan hij voldoen?
5. Een leerling moest 2 getallen met elkander vermenig-
digen. Het eene nam hij 2maal, het andere Smaal te
^ groot. Door welk getal moest hij nu het komende pro-
dukt deelen, om het werkelijke produkt te verkrijgen?
6. Een winkelier verkocht van eene partij koffie het 0,4
deel en hield toen nog 43,2 KG- over. Uit hoeveel KG
bestond die partij?
7. Als I KG thee, 1,5 gulden kost; hoe duur is dan 0,9 KG?
8. Hoeveel meter moet ge bij 7,2 HM en 7,2 DM voegen
om 1 KM te bekomen?
9. Een manufacturier koopt een stuk laken, lang 40 meter,
tegen 5,8 gld den meter. Naderhand verkoopt hij het
tegen 7,2 den meter. Hoeveel bedraagt zijne winst?
10. Hoeveel is:
'O X (li +1,9)?