Boekgegevens
Titel: Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Auteur: Raaf, Harm de
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1883
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7455
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202916
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Vorige scan Volgende scanScanned page
7S
genen naar te verstaan , hoe men zich op zulk een partij wel te
gedragen heeft. Men deelt mij mee, dat het een oud gebruik is,
dat groote handelsfirma's hun cliénten op deze wijze verplichten;
maar dat de genoodigde hiervoor dan ook een goede fooi aan de
bedienden verschuldigd is , zoodat men bij slot van rekening nog een
duren maaltijd genoten heeft. Dit bericht klonk mij niet aange-
naam in de ooren; ik berekende, dat een paar gulden aan fooien
mijn looo gulden op 998 zouden brengen. Waarlijk, zooveel
voor een middagmaal, dat kon er niet af, en ik nam dus een
kloek besluit.
Den volgenden middag stap ik een winkel binnen, koop voor
drie stuiver leverworst en voor een stuiver brood, steek dat in
mijn zak en wandel buiten de poort. Ik ga op een bank zitten ,
haal mijn voorraad voor den dag, en mijn tafel is in weinige
oogenblikken gedekt. De worst snijd ik in zes stukken en leg
die naast mij op de bank. Dit, zeg ik, is mijn soep, dit mijn
vleesch, dit mijn groente, dit mijn visch, dit mijn gevogelte en
dit mijn dessert. Meer gerechten zullen ze toch wel bij den ouden
heer Bohn niet hebben, denk ik bij mij zeiven, en beter smaken
doet het hun stellig niet. En nu tast ik dapper toe. Juist begin
ik met het zoete nagerecht, als ik een ruiter de poort zie uitkomen.
Ha! denk ik zoo, die wil zeker zijn maag nog wat prepareeren,
opdat hij straks een grooter bres in de schotels kan maken. Stond
hij in mijne schoenen, dan had hij die buitengewone maatregelen
niet noodig. Juist ben ik zoover in mijn gedachten gekomen,
daar houdt de ruiter het paard stil en, — wie staat voor mij ?
De heer Bohn in persoon. In mijn ontsteltenis valt mij de
laaste beet uit de hand en verdwijnt in den grooten muil van den
hond, en daarop veeg ik eerst met den rug mijner linkerhand
langs den mond en vervolgens over den broek, als iemand, die
niet weet wat hij doet. — «Ei , mijnheer Kramer! wat voert
ge daar toch uit? Zijt ge bang, dat Schraalhans bij mij keuken-
meester is?» dus spreekt de oude heer mij minzaam toe.
Wat moet ik antwoorden? Ik denk: de waarheid, daar komt
men altijd het verst mee, en nu vertel ik, dat ik nog niet zoover
gekomen ben om een paar gulden drinkgeld voor een middagmaal