Boekgegevens
Titel: Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Auteur: Raaf, Harm de
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1883
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7455
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202916
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
Blanke stralen , blanke deugd !
O, hoe schoon is 't, dat uw glansen
Arm en rijk en grijze en jeugd
Met hetzelfde licht omkransen !
Al wat daalt van 's hemels boog,
Kent op aarde laag noch hoog.
40. HOE MEN ZIJN FORTUIN MAKEN KAN.
Ik was nog maar korten tijd uit den vreemde teruggekeerd —
dus verhaalde di» oude lakenfabrikant Kramer zijn kinderen —
en had een eigen zaakje begonnen, 't Was in den tijd van de
Leipziger paaschmis, en ik reisde daarheen om voordeelige in-
koopen te doen, met een wissel van looo gulden in mijn brie-
ventasch. Zooveel had ik met sparen en garen bijeengebracht:
't was mijn heele vermogen. Doch ik was jong en gezond, en
wat meent men dan niet voor looo gulden te kunnen koopen!
Rijk als een Croesus begeef ik mij dus op reis en kom behouden
tc Leipzig aan, waar ik mijn wissel afgeef bij het huis Bohn en
Comp. De oude Bohn laat mijn naam in het boek schrijven en
wenscht mij een gelukkigen handel. Maar pp de markt kom ik
alras tot het niet zeer bemoedigende inzicht, dat er met looo
gulden niet veel te beginnen is. Wat maakt het uit! denk ik bij
mij zeiven; gaat het niet in 't groo>e, dan moet het in 't kleine;
altijd beter een half ei , dan een ledige dop. Ik zoek dus een
mooi partijtje wol uit en ga heen om mijn geld te halen. Op
het kantoor komt de heer Bohn mij tegemoet met de woorden:
«(ioed, dat ge komt; ik wou u verzoeken morgenmiddag bij
mij te dineeren, maar wist u niet te vinden; gij neemt aan, niet
waar? Er komt meer gezelschap.» — Ik stamel zoo iets van «te
veel eer» terwijl ik vriendelijk buig , en ga daarop mijns weegs.
Z'io'n uitnoodiging was mij in heel mijn leven nog niet te
beurt gevallen. Het eerste wat ik nu doe is, er bij dezen en