Boekgegevens
Titel: Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Auteur: Raaf, Harm de
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1883
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7455
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202916
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Vorige scan Volgende scanScanned page
tot allerlei spookachtige vormen , maar verdrijven kon hij hem niet.
Juist toen wij over de Duivelsbrug reden, deed de wind een
oogenblik den nevel scheuren, zoodat ik van mijn slingerenden
troon een blik werpen kon in den vreeselijken afgrond, waarin de
rivier met razende snelheid neerstort, alsof zij verlangt de duistere
kloof te verlaten en de zonnige vlakte le bereiken. De postiljon
dreef zijn vijf paarden met de lange zweep in een snellen draf,
maar de wolk scheen zonder einde. Hij was huiveringwekkend,
maar tevens bekoorlijk, die rit door de wolkenzee, en in tegen-
stelling met mijn beangste reisgenooten moest ik dikwijls juichen van
pleizier. Toen we eindelijk in het zonnige dal waren gekomen,
zweefde de wolk hoog boven ons.
O]) een anderen tijd was ik getuige van een nog verhevener
schouwsijel in de wolken. Ik had het Engadin tol mijn zomer-
verblijf gekozen en een woning betrokken, die rneer dan 5000
voet boven de zee lag en omgeven was door bergen van 8 a
10.000 voet. Op een zwoelen dag was ik vermoeid van een
morgenwandeling in 't gebergte te huis gekomen. Aan den hemel
hadden zich dreigende wolken samengepakt. Ik zag naar de bewe-
ging in de lucht, maar was weldra van vermoeidheid op de sofa
in slaap gevallen.
Eensklaps wekte mij een geduchte donderslag. Verschrikt sprong
ik op; in de kamer heerschte een mij onverklaarbaar en beang-
stigend schemerdonker. Ik opende het venster, en wat zag ik?
Nevel, niets dan nevel, en daardoor schoten onophoudelijk de
bliksemstralen als vurige slangen. Hoewel onder dak, bevond ik
mij toch midden in een onweerswolk. De eene slag volgde op den
anderen , bestendig ratelde de donder, door de echo's in 't gebergte
honderdvoudig weerkaatst. Nu brak de storm los met een ontzet-
^tend geweld, en spoedig daarop kletterde de regen in stroomen
neder. Van de bergen stortten beken; zien kon ik ze niet, maar
ik hoorde ze klateren, wanneer de donder een seconde zweeg.
Langzaam trok het onweder af, de donder stierf weg, de regen
hield op, het geraas der stroomen verzwakte meer en meer; en toen
nu de blauwe hemel zich weder boven de Alpenkruinen welfde,
welk een prachtig schouwspel vertoonde zich aan mijn blikken!