Boekgegevens
Titel: Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Auteur: Raaf, Harm de
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1883
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7455
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202916
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
oude menschen ; maar zeg me eens openhartig: durft ge een
vleermuis in de hand nemen en kunt ge 't doen, zonder een
beetje huiverig te worden ? Ja ? Dan valt ge mij mee. Ik geloof
echter, dat er velen onder u zijn, die mijn vraag niet zoo grif
met ja zullen beantwoorden. Dat doen natuurlijk die verkeerde
meeningen. Zullen wij ze uitroeien ?
De verwantschap tusschen onze vledermuis en de huismuis is
van denzelfden aard als die tusschen den walvisch en den visch:
zij zijn allebêi dieren en wel gewervelde. De naam is dus al een
oorzaak van misverstand. In het spek op den zolder zijn gaten
gevreten: dat hebben die leelijke vleermuizen gedaan, denkt de
boerin. Mis, vrouwtje! de muizen staan schuldig aan die misdaad;
zorg gij dus maar voor een goede kat of een paar vallen. De
vleermuis houdt wel van dierlijk voedsel, maar het moeten nacht-
vlinders , torren, vliegen en muggen zijn, en deze vangt zij zelf
in den donker, terwijl gij rustig slaapt. Zoodra de schemering
valt, verlaat zij haar schuilhoek in een sciniur, toren of kerken
vermeestert al fladderende haar prooi. Vlug rijst en daalt ze,
zwenkt links en rechts, nu over 't water, dan langs de muren
of door 't geboomte, zonder dat zij een enkelen keer haar neus
stoot. In dit niet opmerkelijk ? Gij zoudt het haar niet nadoen ,
en een vogel evenmin, met uitzondering wellicht van een uil die
ook een nachtvogel is.
Wij zien te nauwernood die kleine diertjes bij 't volle zonlicht,
en de vleermuis snapt ze in den donker; wij loopen op klaarlichten
dag elkander tegen 't lijf, en de vleermuis raakt in den duisteren
nacht zelfs niet het dunste twijgje. Maar zij heeft ook een paar
goede oogen en een scherp gehoor; vooral bezit zij een uitnemend
fijn gevoel. Wij voelen op geringen afstand de warmte der kachel;
de vleermuis echter voelt het, als zij in haar vlucht eenig voor-
werp nadert en zwenkt dan plotseling om.
Beschouwen wij het diertje, dan merken we eenige overeenkomst
met de muis; het lichaam heeft grauwe, zachte haren; de achter-
pooten zijn als die van onze kleine huisplaag; we zien ook een kort
staartje, maar verder gaat de gelijkenis niet. De voorpooten zijn
geheel anders, de duim is kort en van een haak voorzien, de