Boekgegevens
Titel: Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Auteur: Raaf, Harm de
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1883
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7455
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202916
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
ooievaars, nachtegalen, leeuweriken en kwartels hadden ons reeds
vaarwel gezegd; de spreeuwen waren er nog. Toen konden wij
't ook niet langer uithouden: een onweerstaanbare reislust dreef
ons voort. En hoewel het weer nog niet zoo kwaad en er nog
voedsel genoeg te vinden was, toch waren we bevreesd voor den
winter, waarvan de musschen ons zooveel leelijks verhaald hadden.
Bovendien leek het ons heerlijk toe, eens andere landen en andere
menschen te zien: we wilden gaarne wat meer van de groote
wereld weten, dan er in ons nederig. dorpje te leeren was.
Nu belegden de ouden vergaderingen, om over de reis te be-
raadslagen, en wij, jongen, moch-
ten daarbij tegenwoordig zijn en
luisteren. Dat was me een drukte
van belang! Het dak van de
kerk was de vergaderplaats;
daar kwamen ze van alle kanten
aanvliegen. De mensclien bene-
den bleven zelfs staan om er-
naar te kijken. »Zie!» riepen ze,
«de zwaluwen komen bijeen
voor de reis naar 't Zuiden.» —
En, ja wel, het uur, waarnaar
wij, kinderen, reikhalsden,
sloeg; het weer was schoon,
de wind woei zacht uit het
noorden. Ik vloog nog gauw
even naar meesters huis; allen
waren in den hof bezig met
appels plukken; de jongens
zaten in de tllkken, en Marie, hun zusje, raapte de gevallen
vruchten op. Pierewiet! pierewiet! riep ik tot afscheid, zoodat de
kinderen opkeken en mij goede reis wenschten.
Tegen tien uur 's voormirldags vertrokken wij, de oudsten
voorop, en daar ging het heen voor den wind naar warmer stre-
ken. Wij trokken over groote bosschen en velden, over bergen
en dalen, rivieren en meren, steden en dorpen; gedurig zagen wij-