Boekgegevens
Titel: Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Auteur: Raaf, Harm de
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1883
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7455
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202916
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
De winterslapers ontwaken: das, egel en vleermuis verlaten hun
schuilhoeken. De omzwervende vogels, als: sijsjes, groenvinken
en andere graanpikkers, verdeelen zich reeds in paren en zoeken
geschikte broeiplaatsen, terwijl de insecteneters, als: meezen en
goudhaantjes, tot het einde der maand nog in groot gezelschap
blijven. De beminnaars van de kou: de wilde ganzen en bonte
kraaien, zoeken noordelijker streken op; daarentegen keeren onze
zomervogels meer en meer uit het zuiden terug.
Doch niet alleen verkondigen de vogels ons door hun verschij-
nen de nadering der schoone dagen; zij vervroolijken nu reeds
door hun liederen het hart van den beminnaar der natuur. De eene
zanger wekt den anderen ; de leeuwerik tiereliert hoog in de blauwe
lucht, de lijster fluit in den beukeboom, het gekweel van rood-
borstjes en winterkoninkjes klinkt uit de struiken; weldra zal de
nachtegaal zich laten hooren. Het luidst van allen kwinkeleeren
de spreeuwen op het dak, en slaan de vinkeu in den tuin.
De kruipende dieren of amphibiën komen al talrijker te voor-
schijn. kikvorschen en watersalamanders in de slooten en plassen,
hagedissen en slangen in het kreupelhout A in 't gras.
De insecten blijven niet achter: enk«l.e vlinders zweven reeds
door den tuin, hommels en bijen gonzen om de eerste bloe-
men; ook de mieren gaan aan 't werk.
Een indrukwekkend schouwspel bieden de groote rivieren. Met
onweerstaanbare kracht hebben zij het pantser van ijs verbroken;
haar hooggaande golven stuwen de stukken voort naar de zee of
stapelen ze tot een wal op elkaar. Het water, in zijn loop gestuit,
beklimt en beukt de dijken , baant zich een uitweg en overstroomt
de lage velden. Ongelukkig de landstreek, die door zulk een ramp
wordt bezocht 1 Vruchtbare akkers worden deels weggespoeld,
deels met zand en steenen overdekt, en jaren arbeids en sommen
gelds zijn noodig, om de schade te herstellen.
De zon komt eiken dag iets hooger aan den hemel; steeds
langer wordt haar baan. Den 21 sten Maart is met de dag- en
nachtevening de lente begonnen, welke gebeurtenis wij wel niet,
als onze Germaansche voorouders, met vreugdevuren en feestelijk-
heden vieren, maar toch met een dankbaar hart begroeten.