Boekgegevens
Titel: Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Auteur: Raaf, Harm de
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1883
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7455
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202916
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
23. IN DE GOLVEN.
Langs de westkust van Sleeswijk liggen, omspoeld door de
golven der Noordzee, verscheidene kleine eilanden, de geringe
overblijfselen van een kustland, dat voor en na de prooi der
golven geworden is. De grootste dezer eilanden zijn deels door
duinen, deels door dijken tegen de zee beveiligd, die nochtans
van tijd tot tijd geweldige pogingen doet om die bolwerken te
verbreken en wat erachter ligt te verzwelgen. Ter onderscheiding
van deze groote eilanden worden de kleine Halligen genoemd.
Het zijn vlakke grasvelden, die nauwelijks twee ä drie voet
boven gewoon peil gelegen zijn en dienvolgens dikwijls tweemaal
in de 24 uren door de zee overstroomd worden. De grootste
dier Halligen hebben nog geen vierkante mijl oppervlakte; andere,
soms door een enkel huisgezin bewoond, zijn te nauwernood een
paar duizend voet lang en breed; de kleinste, geheel onbewoond,
zijn hooilanden, wier opbrengst evenwel dikwijls door de zee
wordt meegevoerd, eer de menschen haar hebben kunnen bergen.
De huizen staan op aangelegde aardhoogten, werven genaamd,
welke niet grooter zijn dan om een breed pad rondom de woning
over te laten. Hieruit volgt, dat er op alle Halligen geen plekje
grond voor tuin, geen struik, nog minder een lommerrijke boom
te vinden is. Zelfs vindt men er geen goed drinkwater. Op de
werf bij het huis wordt een kuil gegraven en met een rand van
graszoden voorzien; hierin valt het regenwater, of het sijpelt
door de wanden van den put. Dit water, dat van den zoutach-
tigen grond een afschuwelijken smaak heeft, dient tot drinkwater
voor de schapen en verschaft theewater aan de menschen.
Het genot van een ruime vischvangst heeft de bewoner der
Hallig maar een enkelen keer. Vuilgeel is de gewone kleur van
'twater om het eiland, en de visschen ontwijken een streek,
die bij ebbe uren ver in een slijkveld verandert en laten haar
gaarne over aan zeehonden en roggen.
Doch gelukkig de Hallig, wanneer we hiermee haar beeld vol-
komen geschetst hadden. Een zeer donkere zijde is er echter