Boekgegevens
Titel: Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Auteur: Raaf, Harm de
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1883
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7455
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202916
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
zijn daarbij vergeleken slechts nietige dwergen. Twaalf tot twintig
meter verheffen zich de boomachtige halmen en vormen geheele
bosscheii, waarvan het onderhout bestaat uit jonge stammen.
Bezien .we een halm, dan merken we van afstand tot afstand
zekere verdikkingen of knoopen, evenals bij onze grassen; door
een vast tusschenschot zijn hier de holle geledingen gescheiden,
en uit die knoopen schieten enkels bladen of ook wel heele zij-
takken. De leden zijn bij de jonge stammen met een sappig merg
gevuld, bij de oude echter zijn ze hol.
Op de kust van Malabaar en op Ceylon bereiken de bamboes-
stammen wel een hoogte van 25 ä 30 meter. Zij behoeven dus
volstrekt niet onder te doen voor onze eike- en denneboomen.
In het lommer der rietbosschen wandelen de olifant en de neus-
hoorn; in het dichte groen verborgen, loeren leeuw en tijger op
hun prooi; daar schuifelen op den bodem giftige slangen, wier
beet in weinige oogenblikken een smartelijken dood veroorzaakt.
Geen volk trekt zooveel partij van het bamboesriet als de Chi-
neezen. In een Chineesch dorp vindt men zelden een voorwerp,
tot welks vervaardiging geen bamboes gebruikt is. De woningen
zijn menigmaal geheel van bamboes gemaakt: de stevige stammen
dienen tot stijlen en balken, dunnere vormen de daksparren, ter-
wijl van de dunste of van gespleten halmen de sierlijk gevlochten
wanden zijn vervaardigd. Wij houden van dikke muren, die ons
beschutten tegen den guren wind en de winterkou; de Chinees
daarentegen heeft, in het heete klimaat liever een luchtige woning,
als hij er maar beveiligd is voor de gloeiende stralen der zon. Op
straat bewijst een groote hoed, van bamboesbladeren gevlochten,
hem den dienst van een zonnescherm. Waterdragers bieden u een
verfrisschenden dronk uit emmers van bamboesleden, hangende
aan een draagstok van een bamboeshalm. Voorname dames, die
op haar misvormde voetjes moeilijk een lange wandeling kunnen
doen, leggen in draagstoelen van bamboes hare bezoeken af. Sol-
daten marcheeren ons voorbij, gewapend met lange speren van
riethalmen. Ginds voert een waterleiding het water uit het gebergte
naar de stad; het geheele kunstwerk is uit bamboesstammen samen-
gevoegd. Wij passeeren een brug van bamboes en treffen op den