Boekgegevens
Titel: Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Auteur: Raaf, Harm de
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1883
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7455
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202916
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
heen ; de dorstige reizigers verkoelen hun brandende lippen niet
het frissche water en drenken ook de smachtende kameelen.
Daarna legeren zich de bruine zonen der woestijn in de schaduw
der palmen, en van hun anders gesloten lippen vloeien nu de
sprookjes uit de «Duizend-en-een-nacht» of weemoedige doch
aangenaam klinkende volksliederen.
Water! Langs fijne haarbuisjes stijgt het op in de halmen en
helpt den voedzamen korrel vormen in de goudgele aar. In den
stam des booms vloeit het, doordringt takken en twijgen, schenkt
het aanzijn aan knop, blad en bloesem en doet later de geurige
vrucht zwellen. Het stroomt in onze aderen, het parelt op ons
voorhoofd en druppelt bij vreugde of droefheid uit onze oogen.
Het lescht den dorst van den gezonde en koelt de hitte van den
koortslijder; in den schoot der aarde verbindt het zich met heil-
zame zouten en borrelt op in bronnen , waaraan duizenden zieken
genezing zoeken en vinden.
Water! Als een slaaf dient het den niensch, het reinigt zijn lichaam
en zijn kleederen, bereidt zijn spijzen en dranken. Het gaat straks
een verbond aan met het vuur, en opgesloten in een ijzeren
kerker, ontwikkelt het reuzenkracht; het drijft de schepen over
den Oceaan tegen wind en stroom in, draagt ons op wagens in
pijlsnelle vaart door dalen en over bergen en verricht in ontel-
bare werkplaatsen, als een gehoorzame knecht, den arbeid voor
den heer der schepping.
Bovendien werkt het onophoudelijk aan de vervorming der
aardoppervlakte; het doet de hardste gesteenten verweeren tot
slijk en zand, slecht heuvelen en bergen, vult dalen, vormt
vruchtbare landouwen en beschut ze door duinen tegen de ver-
woestende werking van zijn eigen kracht.
Ook neemt het onder den killen adem van 't Noorden een
andere gedaante aan : met kristallen bruggen bedekt het onze
wateren, als een zacht dons valt het op onze akkers en dekt het
graan met een beschuttend kleed; het gloeit bij 't licht van de
morgen- en avondzon in de gletschers der Alpen met de kleur
der rozen.
Water! ja, water! Dit woord wekt menige aangename her-