Boekgegevens
Titel: Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Auteur: Raaf, Harm de
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1883
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7455
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202916
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Vorige scan Volgende scanScanned page
pistool. Gij draagt toch zulk een instrument niet bij u, niet
waar ?»
De kwaker vond de keus niet moeilijk; te huis had hij wel
een ander paard, maar geen tweede leven : dus ruilden de beiden.
De roover sloeg ijlings den weg naar de stad in, en de kwaker
volgde hem te voet met het strompelende dier aan den toom.
Toen hij echter de stad bereikte en bij de eerste huizen kwam,
lei hij het den teugel op den nek en zei : «Vooruit nu maar,
Lazarus! Gij zult den stal van uw meester beter kunnen vinden
dan ik.» Zoo liet hij het paard vóór zich gaan en volgde zelf
straat in straat uit, tot de knol eindelijk voor een staldeur bleef
staan. De man stapte bedaard het huis binnen en vond in de
woonkamer den roover nog bezig met de laatste sporen van het
roet af te wasschen.
«Zoo, zijt ge goed en wel te huis gekomen?» zei hij bedaard
tot den verbluften roover ; «wanneer gij er niets tegen hebt,
willen we nu den ruil van straks maar weer vernietigen; hij is
toch ook niet van rechtswege bekrachtigd. Geef mij dus mijn
paard terug ; het uwe staat buiten voor de deur.»
De verschalkte spitsboef moest nu goedschiks of kwaadschiks
het gestolen dier aan den eigenaar teruggeven. «Neem mij niet
kwalijk,» zei deze spottend: «mij komt nog een dollar huur toe
voor den rit; ik en uw beestje hebben gewandeld.» — De schelm
beet zieh op de lippen, maar gaf na eenig getreuzel toch het
geld. — «'t Is zeer weinig voor een paard, dat zoo zacht en
gemakkelijk rijdt als 't mijne; vindt ge ook niet?»
Bij deze woorden keerde onze slimmerd den gefopten dief
den rug toe, besteeg zi^n ros en reed welgemoed naar huis.
6. WELDOEN.
Vergeet gij 't goede, dat m' u doet,
Men mag het schand'lijk noemen.
Doch erger nog, beweest ge goed,
Zoo gij daarop wilt roemen.