Boekgegevens
Titel: Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Auteur: Raaf, Harm de
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1883
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7455
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202916
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verscheidenheden voor de hoogste klassen der lagere school: een vervolg op De moedertaal
Vorige scan Volgende scanScanned page
Zij kleedt en voedt het dag aan dag, en vindt
Haar loon slechts in den blijden lach van 't kind.
En hesft zij 't straks in sluimering gesust,
Dan laat haar nog haar lieveling geen rust:
Zal eens dat kind, haar dierste schat, haar vreugd,
Zijn schreden keeren van het pad der deugd?
Of zal 't in woorden steeds zijn klaar en vroed,
En in zijn daden altijd waar en goed ?
Züo peinst ze. Maar vertrouwen woont in 't hart;.
Welk kind, dat zooveel liefde loont met smart?
5. DE SLIMME KWAKER.
De kwakers zijn een godsdienstige secte, die vooral in Enge-
land en Amerika te huis is. Zij zijn verstandige en vreedzame
menschen; hun regelen verbieden het zweren van den eed en
het dragen van wapenen, het afnemen van den hoed, het deel-
nemen aan vermakelijkheden. Rijden echter kan de kwaker vrij,
als hij namelijk een paard bezit en 't niet voor pleizier doet.
Zulk een kwaker nu reed op een avond op een schoon, moe-
dig ros langs een eenzamen weg naar de stad terug, waar hij
woonde. De man was in gedachten verzonken, maar werd daaruit
eensklaps opgeschrikt door een ruwe stem, die hem «Halt!»
toeriep. Hij sloeg de oogen op, en voor hem stond een zwarte
ruiter, wiens paard deed denken aan de magere koeien uit Farao's
droom; het beest had blijkbaar moeite zijn meester te dragen.
«Vrome man!» dus sprak de roover, «ik ben begaan met het
lot van mijn arm beest, vooral nu ik uw wel doorvoed paardje
zie; en daar ik u een medelijdend hart toeken, wil ik dezen
stakker in de gelegenheid stellen , van uw barmhartigheid partij
te trekken. Ik stel u dus voor met rijbeesten te ruilen, en ten
einde u te toonen, dat het mij ernst is, wijs ik u op dit geladen