Boekgegevens
Titel: Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
13e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6981
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202915
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
76
tafeltjes; en de man, die er bij staat, roept iederen keer:
»Leg ereis aan! Leg ereis aan!"
Maar de schaatsenrijders hebben geen tijd, om te gaan
zitten. Ze hebben het veel te druk op de baan. Ze rijden
en zwieren de baan op en neer; 'nu eens heel mooi en
dan weer heel gauw. Kijk die eens, hoe mooi hij beentje
over rijdt. En ginder komen er wel zes achter elkander
aan een stok. Uit den weg daar! Past op uw neuzen,
want de zes hardrijders gaan voor niemand uit den weg.
Die nog een sukkel op de schaatsen is, moet maar van
de groote baan blijven.
Zoo denken die twee kleine jongens er ook over, en ze
hebben groot gelijk. Ze zyn zeker van daag voor het eerst
op de schaatsen. Toen ze nog thuis waren, dachten ze
dat ze al heel best op één been zouden kunnen rijden, en
nu kunnen ze nog niet eens op twee beenen staan. Hun
oudste broer is er bij, die zal het hun leeren. Op een
klein zijbaantje sukkelen ze nu zoo wat. Toe jongens,
slaat de beenen maar uit. Wat komt het er op aan, of
je al eventjes valt. Een jongen is niet van glas. Vast-
houden? Neen, dat doet je broer niet. Je moet op eigen
beenen leeren staan. Toe maar, niet bang wezen. Goed
zoo, het gaat al beter. Toekomende jaar mag je op de
groote baan, hoor.