Boekgegevens
Titel: Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
13e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6981
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202915
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
Je loonde mij met zoet geiluit,
En nu is dat vooi' altyd uit.
Ik zal een kistje spijkeren,
Zoo netjes als ik kan.
In 't tuintje bij den pereboom
Maak ik een grafje dan.
Ik heb aan jou een vriend gehad.
Je bent te goed, iioor, voor de kat.
IJs in 't water.
Br, wat is het koud buiten. In huis schikt het nog al.
In de warme kamer, bij de kachel, meen ik; want in de
gang is het al haast even koud als op straat, 't Is een
vreemd gezicht buiten. Zoo stil en zoo doodsch! Hetlykt
wel haast, of alle menschen de luiken voor de ramen
gesloten hebben, zoo hard bevroren zijn de ruiten. Je kunt
er ten minste niets door zien. Maar dat behoeft ook haast
niet, want er gaat bgna niemand voorbij. De menschen
zijn bang voor de kou. Alleen de schaatsenrijders geven
er niets om. In de gracht is het zoo druk, alsof het er
kermis is. Op den dikken ijsvloer hebben een paar mannen
de baan geveegd. Aan het begin en aan het einde hebben
ze toen een tentje gebouwd. Daar staan stoelen en