Boekgegevens
Titel: Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
13e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6981
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202915
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
niet, dat zijn staart in die spleet geraakte, en toen hg
er nu de bijl weer uittrok, ging de spleet toe en zijn
staart zat er in vast. Dat deed hem geweldig zeer en hij
begon hard te schreeuwen van pyn. Op dit geschreeuw
kwam de man toeloopen en zag den aap. Toen riep hij
zyn makkers en met hun allen maakten zij den staart
vau het beest los, maar hielden het meteen gevangen.
»Had ik maar geen staart gehad," klaagde nu de aap
bij zichzelven. Maar de man dacht: »Het is je eigen
schuld, aapje; je had niet zoo'n wijsneus moeten wezen,
om alles te willen nadoen, wat je van een ander ziet."
Het doode vogeltje.
Mijn lief kanarievogeltje,
Wat zong je prachtig mooi!
Wat kon je vroolijk huppelen
En springen door de kooi!
Wat smulde je aan beschuit en brood,
En nu, och arme, ben je dood!
Als ik je kooitje reinigde
En zaad in 't bakje deed,
Dan kon je toch zoo dankbaar zyn,
Dat ik het nooit vergeet.