Boekgegevens
Titel: Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
13e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6981
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202915
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
De Ooievaars.
II.
[Iet was een poosje later. De jongen waren nu zoo
groot geworden, dat ze overeind in het nest konden staan
en ver in het rond konden zien. lederen dag kwam de
vader met heerlijke kikvorschen en andere lekkere versna-
jieringen, die hij vinden kon. En dan deed hij de kleintjes
zulke grappige kunstjes voor. Zijn kop legde hij heel
achter op zyn staart, en met zijn snavel kon hij klap-
peren, alsof het een rateltje was.
Op een dag riep de moeder al de jongen bijeen. »Nu
moet je leeren vliegen, hoor!" zei ze, en toen moesten
al de kleintjes het dak op. O, o, wat waggelden ze. Tel-
kens sloegen ze de vleugels uit, om niet te vallen, en
toch konden ze haast niet blijven staan.
»Kijkt maar naar mij," zei de moeder. »Zoo moet gy
den kop houden; en dan moet je zóó de voeten zetten en
in de maat loopen : één twee, één twee!" Toen vloog zij een
eindje en de jongen moesten het haar nadoen. Maar het
ging niet gemakkelyk; ze vielen telkens neer.
»Ik wil niet leeren vliegen," zei toen een van de jon-
gen en kroop weer in het nest; ik geef er ook niets om,
of ik al niet in het warme land kom."