Boekgegevens
Titel: Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
13e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6981
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202915
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
jongen; de jongen staken hun spitse snaveltjes uit het
nest, en toen kon men zien, dat ze zwart waren en nog
rood moesten worden. Een klein eindje verder op het dak
stond de vader op één heen op schildwacht. Hij stond zoo
stil, dat men haast denken zou, dat hij van hout was.
>Het lijkt heel voornaam," dacht hij bij zichzelven, »dat
myn vrouw een schildwacht voor de deur heeft. Die my
hier ziet, weet toch niet, dat ik haar man ben. Laten ze
maar denken, dat ik hier op post sta, en dat er een heel
voorname ooievaar in dat nest woont." En hij bleef maar
geduldig staan op zijn éénen poot.
Beneden op straat speelde een troep kinderen. Toen
die den ooievaar zagen, begon er een op den ooievaar een
liedje te zingen. En het duurde niet lang, of ze zongen
allen mee:
Ooievaar, lepelaar.
Zeg eens vriend, wat doe je daar?
Sta zoo grootsch niet op één been.
Ginder zit je vrouw alleen.
Ooievaar, lepelaar.
Jij komt straks nog in gevaar;
Zeg, wat doe je hier in 'tland?
Heel je nest wordt nog verbrand.
■»Hoor eens, hoe die jongens ons schelden!" zeiden de
kleine ooievaars.