Boekgegevens
Titel: Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
13e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6981
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202915
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
61
stiger. »Duurt het nog lang eer wij bij de brug komen?"
vroeg hij bevende. »Neen," zei de vader. »Aanstonds
zijn wij er. Ginder achter die boomen is de brug."
Toen werd Hans bleek en beefde over zijn geheele
lichaam. »Och Vader," zei hij, »de hond was niet zoo
groot als een ezel; het was maar een heel gewone groote
hond." — »Zoo jongen," sprak zijn vader toen, »dat
dacht ik ook wel, maar ik wilde het van u zelf hooren.
En daarom heb ik nu ook eens gejokt, met dat steenen
beeld. Het staat er wel, maar het strekt de hand niet uit
en grijpt niemand vast. Maar ik wilde u een lesje geven.
Onthoud het nu en doe niet altijd uw best, om een ander
wat wijs te maken."
De Perziken.
Een landman bracht eens uit de stad vijf perziken mee,
de mooiste die er te koop waren. »0, welke mooie, fijne
appelen", zeiden de kinderen, toen Vader er mee thuis
kwam. Ze hadden nog nooit perziken gezien en daarom
hielden zij ze voor appelen, met prachtige roode kleurtjes.
Alleen keken ze heel vreemd, dat de schillen zoo donzig
waren. Vader hielp ze natuurlijk uit den droom en gaf
aan elk van de vier kinderen een van de mooie vruchten.
De vijfde perzik was voor Moeder.