Boekgegevens
Titel: Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
13e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6981
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202915
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
zijn zeker een boel vreemde dingen. Als ik terugkom, zal
ik wat te vertellen hebben, en ik zal er zooveel bymaken^
dat ieder er verwonderd van staat'*.
Terwijl hij met zyn vader op weg was, kwam er een
groote hond aan. »Ivyk eens," zei de vader van Hans,
> wat een flink, groot dier." — » Meent u dien hond, Vader?"
vroe^r Hans» »Die is zoo heel ^root niet. Ik heb er
O O
verleden week een gezien, die nog veel grooter was; zoo
groot, ja zeker wel zoo groot als ons bruine paard".—
»Is het waar?" vroeg de vader verwonderd. »Ja, men kan
soms vreemde dingen zien. En vooral als men op reis is.
Zoo komen wij straks, dicht bij de stad,Go ver een brug.
Op die brag staat een steenen beeld. Dat is de Waarheid.
Maar ieder die in den loop van den dag gelogen heeft, mag
wel oppassen, dat hy er niet voorbijgaat. Want het beeld
grijpt hem met zijn steenen hand vast en laat hem niet
weer los." — > Is dat waar, Vader?" vroeg Hans bevend.
— »Ja zeker, jongen!" zei Vader; »je zult het straks
zien." Hans zei niets meer en liep een poosje zwygend
voort. Toen begon hij op eens: »ik geloof toch, dat ik
mij een beetje vergist] heb. Vader! met dien hond. Zoo groot
als ons paard was hij niet; maar toch wel zoo groot als
een ezel. Ja, zoo groot als een kleine ezel zal hij wel ge-
weest zijn." — »Zoo," zei de vader, »maar wat ik u vau
dat beeld vertelde is heusch waar." Hans werd nog ang-