Boekgegevens
Titel: Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
13e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6981
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202915
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
50 ,
blinde Jakob honderd sprookjes voor een, zoo mooi en
zoo prettig, dat ze wel altijd door hadden kannen luis-
teren.
Maar nu is het al acht dagen, dat we den goeden ouden
man niet meer hebben zien wandelen, en 's avonds zit hij
ook niet meer onder den kastanjeboom, al is het nu juist
in het hartje van zomermaand. Hoe dat zoo komt?
Ik wed, dat gij mij haast niet kunt gelooven, als ik u
zeg, dat een jongen uit onze buurt daar de schuld van
is. En toch is het waar. Ik zal u eens vertellen, hoe
het gekomen is. Karei Doorn heeft het gedaan. Kent
ge Karei Doorn niet? Het is anders een flinke jongen,
dien ik graag mag lijden. Hij is ferm uit de kluiten
gewassen, en heeft een paar schrandere kijkers in zijn
hoofd en een fikscbe kleur op de wangen. Op school is
hij een van de beste, en bij het spelen is hij de meeste
jongens in vlugheid vooruit. Maar — hoor eens, ik wou
dat ik het niet zeggen moest — Karei Doorn heeft een
leelijk gebrek. Hij is een rechte dierenplager. Hoe het komt.
begrijp ik niet. En ik weet zeker, dat hij het zelf leelijk
vindt. Maar als hij het in zijn hoofd krijgt, kan hij geen
dier met rust laten. Ik heb wel eens gezien, dat hij vliegen
ving en ze met een speld aan papieren wagentjes vastbond,
om ze zoo te laten voortsukkelen. De arme dieren ! »Karei!"
riep ik toen: »Foei jongen! wat doe je daar?" En toen