Boekgegevens
Titel: Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
13e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6981
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202915
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
zet, komt er zoo'n wonderlijk vreemd schijnsel door 't ver-
trek. Zoo'n roode gloed, niet licht genoeg, om er bij te
zien, maar toch wel zoo licht, dat we niet in het donker
zitten. Dan is het net goed, om sprookjes te hooren ver-
tellen. Dat doet Vader dan ook dikwijls genoeg. En we
zitten om hem heen, heel nieuwsgierig, en luisteren met
open mond. En we willen zoo graag weten, hoe het
afloopen zal, maar toch zijn we niet tevreden, als het
sprookje uit is. We zouden dan wel willen, dat Vader
maar altijd aan het vertellen bleef. Ze zijn ook zoo
aardig, die vertelsels van Vader. En hij weet er zoo veel,
altijd weer andere en nieuwe, die we nog niet hebben
gehoord. Maar er wordt niet iederen avond verteld. We
zingen ook wel eens een liedje, of spelen en stoeien met
ons kleine broertje, dat zoo mooi paard kan rijden, op
Vaders knie. En dan wordt het soms wel eens wat druk,
zoo druk, dat Moe de lamp aansteekt en dan is de pret
uit. Dan gaat Vader meestal heen. Het kleine broertje
komt bij Moe, en wg gaan onze lessen leeren en ons
schoolwerk maken voor den volgenden dag.
Blinde Jakob.
I.
Op de gracht, dicht in mijn buurt, woont blinde Ja-