Boekgegevens
Titel: Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
13e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6981
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202915
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
Steek maar niet telkens je handjes zoo uit.
'k Heb al zoo lang bij je wiegje gezeten,
Ga nu maar slapen; 'k wil niets van je weten."
Doch Moe kan praten, zooveel als ze wil.
Zusje blyft lachen en woelen en spelen.
Zoolang, tot Moe nog een kusje komt stelen
En haar weer toestopt; dan wordt ze pas stil.
Toe gaan heur oogjes en na een kort poosje
Slaapt ze gerust en zoo zacht als een roosje.
Schemeravond.
De winter is toch wel een prettige tijd. 't Kan soms
bitter koud wezen, dat is waar, en de scherpe noorden-
wind kan ons wel eens heel gevoelig bij den neus nemen;
maar wie geeft daar veel om ? Sneeuwballen maken is een
goed middel tegen de kou. Van het glyden langs de
baan worden de voeten warm; vooral als je een fikschen
loop neemt. En schaatsenrijden! Jongens, wie weet nog
iets, dat prettiger is dan schaatsenrijden!
En weet je wat ik zoo prettig vind? Die schemer-
avondjes in den winter. Vooral als Vader dan thuis is.
Het ziet er dan in onze huiskamer zoo heel aardig
nit. Het lichtje onder den theepot flikkert zoo vriende-
lijk. Het kacheltje snort, en als Vader de deur open-