Boekgegevens
Titel: Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
13e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6981
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202915
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
Ze kwamen nu bij den vos en vertelden bem, wat er
gebeurd was.
»Ja", zei de vos, toen hij alles gehoord had. »Het beste
is, dat vre zoo gauw mogelijk een andere woonplaats
zoeken. Dat is wezenlijk de eenige goede raad, dien ik
er op weet. Het bosch is nog groot genoeg, we kunnen
best een paar uren verder gaan wonen." Maar de raees-
ten hadden daar geen zin in. Ze waren te veel aan hun
woonplaats gewend. Verhuizen konden zij altijd nog wel,
dachten ze. Daar behoefden ze geen haast mee te maken.
»Ga je gang", zei de vos, »je moet het zelf weten."
En hy trok nog dienzelfden dag dieper het bosch in. De
overigen hieven net zoo lang, tot het te laat was. Toen
al dat werkvolk in het bosch kwam, werden er verschei-
denen gedood, en anderen gevangen. Het hert kwam in
een hertenkamp en de eekhoorn werd in een kooi geslo-
ten. Daar hadden zij tijd genoeg, om te bedenken, hoe
dom zij geweest waren. Maar het was nu te laat. Er
was niets meer aan te doen.
Klein zusje.
»Hoor eens, je bent een ondeugende guit,
Mollige prul, met je frischroode koontjes!
Neen, hoor, je fopt me, ik dank je wel schoontjes.