Boekgegevens
Titel: Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
13e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6981
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202915
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
zij en haar broertjes en zusjes en Moeder, ja Moeder
vooral. Er vraren dikwijls dagen geweest, dat ze niets
kregen, dan een enkel dun sneetje brood. En op zulke
dagen had Moeder zelve nooit iets gegeten. Het oudste
meisje had ook wel eens geheel niets gehad. Maar daar
had zy niet over geklaagd. Zij was de oudste en kon er
beter buiten, dan haar jongere broertjes en zusjes. Het
zou alles wel beter gaan, had Moeder gezegd, als Vader
maar weer gezond werd. Maar Vader was niet meer gezond
geworden. Toen Moeder hem niet meer behoefde op te
passen, was hij dood. Nu kon hij nimmer meer voor
hen werken, de goede vader. Nu kon hij niet meer met
hen spelen, en hen kussen, zooals hij vroeger deed, als
hy naar werk ging of thuis kwam. Toen hadden ze allen
geweend; zij en Moeder het meest; maar de kleintjes
toch ook, al begrepen zij niet zoo heel goed, wat zij
aan Vader zouden missen. Doch zy konden niet lang
weenen. Moeder moest al spoedig aan het werk. Er was
zoo'n armoe in huis ; ze moest haar best doen om wat
te verdienen. Maar het duurde niet lang, toen werd zij
ook ziek, de arme vrouw! Nu was de ramp nog grooter
geworden en de armoede ook. Het oudste meisje kon
Moeder niet alleen oppassen en daarom hielpen de ljuren
een handje mee. Maar wie kon al die kinderen te eten
geven ? De buren hadden zelf niet veel. Toen had zij er