Boekgegevens
Titel: Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
13e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6981
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202915
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
Zij namen nu het kooitje en brachten het naar den
zolder. Toen maakten zij het open. Het muisje stak voor-
zichtig haar kopje naar buiten en keek even rond, Toen
wipte het er uit, en met één sprong zat het achter een
hoop appelen, die in een hoek op het stroo lagen.
»Ziezoo!" zei de moeder; »nu heeft het diertje zijn zin,
nu zal het wel weer beter worden." Den volgenden morgen
ging het dochtertje nog eens kijken. Zij had het kooitje
laten staan, dan kon de muis er weer inkomen, als zij
er trek in had. Maar het kooitje stond nog leeg. De
muis was niet teruggekeerd. In een hoek tegen den
muur had zij een gat gemaakt en was zoo weer ontsnapt.
Waarheen wist niemand. Sedert dien tijd heeft niemand
haar ook meer gezien.
Arm maar eerlijk.
Ze zat heel alleen op de markt, in een hoekje, en ze
had zoo'n bitter verdriet, 't Was ook wel om verdrietig
te worden. Ze had al zooveel leed gehad, het arme kind,
en ze was nog zoo jong. Nog pas kort geleden was haar
vader gestorven. Hij was lang, heel lang ziek geweest;
Moeder had hem opgepast en zoo hadden geen van beiden
wat kunnen verdienen.
Toen hadden zij al dien tijd armoe en gebrek geleden.