Boekgegevens
Titel: Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
13e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6981
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202915
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
Dat deed ze dan ook en wilde nu het raam openschuiven.
Maar het was haar te zwaar, en door de groote inspanning
werd zij wakker. Zij bemerkte nu, dat ze maar gedroomd
had. Doch het rauschje wilde haar niet uit de gedachten.
En toen ze 's morgens wezenlijk in de tuinkamer kwam,
schoof zij het raam open en legde een stukje brood in de
vensterbank. Spoedig daarna kwam een musch er op af en
even daarna weer een en nog een. Wel een dozijn bij
elkaar. Daar had Marietje schik in. Zij legde voortaan
eiken morgen een stukje brood neer voor de vogels. Nu
kwamen er al meer en meer musschen in den tuin. En
toen het zomer werd, stond haar kerseboompje wel eens
zoo vol als anders. Die kleine musschen !
De jaargetijden.
O, lentetijd, o, lentetijd!
Wat zijt ge lief en heerlijk!
Wat zingen alle vooglen blij:
»Met bloesems komt de schoone Mei!'
O, lentetijd, o, lentetijd!
Wat zyt gij lief en heerlik!
O, zomertijd, o, zomertijd!
Wat zijt gij schoon en prachtig!