Boekgegevens
Titel: Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
13e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6981
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202915
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
niet over de sloot. Wat doe^r ^
juist over de sloot springt? Ik i^'^li iii iJ^iMi i
twee touwen in mijn zak. Die spannen we
over de laan, een eindje van den grond en een eindje
van elkander. Dan springen wij over die twee touwen
heen. Dat is precies hetzelfde en dan heb je geen kans
van een nat pak te halen."
»Neen," zei Karei, »dat doe ik niet. Hoe flauw van je,
dat je niet eens over de sloot durft. Ik zeg immers ook
niet, dat je er in moet springen V"
»Wel neen," zei de andere weer. »Maar het kon toch
gebeuren. Of springt gij nooit eens mis?"
De andere jongens vonden ook, dat Piet gelijk had.
Karei was ook zoo'n springersbaas nog niet, meenden zé.
Het was nog zoo heel lang niet geleden, dat hij zelf in
de sloot gezeten had. En zoo'n paar touwen, dat was heel
gemakkelijk. Door ze wat verder van elkaar te spannen,
kon je de sloot telkens wijder maken. Dat was een best
middeltje om het te leeren.
Maar de jongens mochten praten, wat ze wilden, Karei
bleef er bij, dat het Hauw was. Die bang wa'^ voor
een nat pak zou het ook nooit leeren. »Touwtjes waren
maar touwtjes," zei hij, en hy hield net zoo lang vol, tot
de jongens hem zijn zin gaven en meegingen naar de
sloot. Nu was die sloot niet heel breed en niet diep. Ook
Wie leest cr mee? 5e d, Ie Serie 13e dr. 2