Boekgegevens
Titel: Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
13e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6981
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202915
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
plan uit te voeren. De man maakte de gans dood en
sneed haar den buik open. De vrouw kwam er bij staan
en had den bril opgezet, om te zien hoe groot die klomp
goud wel zou zijn.
Maar o wee! De gans was van binnen net als iedere andere
van haar soort. Er was geen korrel goud in haar ingewanden
te zien. En het leelijkste was, dat het eieren leggen
nu voor goed ophield. De oude luitjes hadden er heel
veel spijt van ; maar er was niets aan te veranderen. Ze
hadden te veel willen hebben en nu hadden ze niets. De
rykdom had hen ontevreden gemaakt, 't Was goed, dat
ze nog wat over hadden van den schat, dien de gans al
had opgeleverd. Daar konden ze nu schraaltjes van leven.
Anders hadden ze, op hun ouden dag, nog gebrek
moeten lyden.
Slootje springen.
^> Wie doet er mee, slootje springen V 't Ts er net goed weer
voor. Heel mooi, maar niet te warm. Komt, jongens, wie
gaat er mee?" Zoo zei Karei, op een middag, na vieren,
tegen een paar van zijn buurjongens. Doch de jongens hadden
er niet veel zin in. »Ik wil wel springen," zeiPieter, »maar