Boekgegevens
Titel: Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
13e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6981
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202915
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
hun geheele leven hard gewerkt voor hun brood en waren
er altyd tevreden bij geweest. Nu was de oude dag
gekomen en het werken ging zoo goed niet meer. Maar
gelukkig behoefden zij het ook niet meer te doen. De
man had voor korten tijd een gans gekocht, en van de
opbrengst van dat dier konden zij best leven. Kijk maar
niet zoo ongeloovig, want het is heusch waar. Maar ziet
ge, het was ook geen gewone gans. Het beest lei keer
op keer een ei. Nu, dat doen ganzen wel meer en tot zoo
ver was er niets vreemds aan het dier. Maar wat wel
vreemd was, de dooiers van al die eieren waren van zui-
ver sfoud. Ze waren dus wel wat hard voor de inaao»;
ö O
maar onze oude luitjes wisten ze heel best te gebruiken.
De goudsmid in de stad betaalde die dooiers met blinkende
rijksdaalders, en er ging geen week om, of de man kwam
met verscheidene van die blinkende schijven bijzijn vrouw.
Op die manier kon hij gauw genoeg rijk zijn. Maar toen
het een poosje geduurd had, begon hij te bedenken, dat
het dwaas was, telkens op zoo'n ei te wachten. Die
gans heeft natuurlijk een klomp goud in haar lijf, dacht
de man. Als ik het beest slacht, heb ik den geheelen
klomp in eens. Dat is toch nog beter, dan van tijd tot
tijd zoo'n klein balletje. Hy praatte daar nu eens over
met zyn vrouw. Die vond, dat haar man groot gelijk had.
En zoo stonden ze op een goeden morgen klaar, om het